14/05/2011
25/04/2013
15/03/2012
01/03/2012
14/02/2012
13/02/2012
10/01/2012
18/12/2011
02/12/2011
21/10/2011
FCI-rasstandaard van 24/08/1988
-
Schedel tamelijk breed zonder uitstekende achterhoofdsknobbel. De wangen mogen niet zwaar of bolvormig zijn. De naar de neuspunt versmallende voorsnuit moet matig kort en krachtig zijn. Schedel en voorsnuit zijn bijna even lang. Zwarte neus, behalve wanneer het een bruine hond betreft, dan mag de neuskleur bruin zijn. Goed ontwikkelde neusgaten. Duidelijke stop.
-
Atletisch in verschijning, de ribben moeten goed gebogen zijn. De borst moet breed en sterk zijn met brede, gespierde en licht opgetrokken lendenen. Het lichaam iets langer dan de hoogte bij de schouder.
-
De oren zijn middelmatig groot en matig dik, ver uit elkaar geplaatst, worden staand of half opgericht gedragen en zijn beweeglijk.
-
De ogen moeten ver uiteen staan en ovaal van vorm, middelmatig groot zijn.
De oogkleur varieert van bruin bij blacks en ee-reds tot amandelkleurig bij chocolates en red merles. Enkel bij merles mogen een of beide ogen geheel of gedeeltelijk blauw zijn. De uitdrukking moet zacht maar wel levendig zijn, vief en verstandig.
-
De tanden moeten sterk zijn, regelmatig geplaatst en een goed schaargebit vormen. De bovensnijtanden moeten vlak over de ondertanden staan. De tanden moeten recht in de kaken staan.
-
De hals moet van goede lengte zijn, krachtig en gespierd, iets gebogen en breder wordend naar de schouders.
-
De voorbenen staan van voren gezien evenwijdig, de middenvoeten staan van terzijde gezien iets schuin naar voren. Het bot moet sterk maar niet zwaar zijn. Schouders goed schuin geplaatst; ellebogen goed aangesloten aan het lichaam.
-
De achterhand moet breed en gespierd zijn; van opzij gezien vloeiend aflopend naar de staartwortel. De dijen moeten lang, diep en gespierd zijn, met goed gebogen knieën en krachtige sprongen, die laag geplaatst zijn. De middenvoeten moeten goede botten hebben en van achteren gezien evenwijdig lopen.
-
Ovaal van vorm, dikke, sterke en goed gevormde voetkussens, tenen gebogen en goed aaneengesloten. Sterke korte nagels.
-
De staart moet matig lang zijn; de wervels moeten minstens tot de hak reiken en de staart moet laag zijn ingeplant, goed bevederd zijn en in een lichte, opwaartse buiging uitlopen, gracieus de lijn van rug en kruis volgend. In actie mag de staart opgeheven worden, maar hij mag nooit over de rug worden gedragen.
-
Er zijn twee soorten vacht, de ene matig langharig, de andere kortharig. Bij beide moet de bovenvacht dicht en middelmatig dik zijn, de ondervacht kort, zacht en dicht, een goede weerbestendigheid gevend. Bij de matig langharige vachtsoort vormt de overvloedige vacht een kraag, broek en dicht bevederde staart. Op het gezicht, oren, voorbenen (uitgezonderd de bevedering aan de achterzijde hiervan) en onder de spronggewrichten moet het haar kort en glad zijn.
- Kleur: Alle mogelijke kleurvariaties zijn
toegestaan maar het wit mag nooit overheersen.
- Grootte: De ideale schofthoogte voor reuen
is 21 inches (53,34cm). De teven zijn iets kleiner.
- Reuen moeten twee duidelijk
ontwikkelde testikels bezitten die geheel in het scrotum moeten zijn
ingedaald.